donderdag 1 april 2010

Koningin van de Himalaya

Lut Vivijs is alpiniste. Met een gezonde brok logisch verstand en lef houdt zij een perfect midden tussen berekende risico’s nemen en terugdeinzen wanneer het gevaar te groot is. Haar riante villa in Rijmenam is haar ankerpunt tussen trektochten in de Himalaya. Daar hebben wildlife reportages hetzelfde effect als de libelle op een doorsnee veertiger. “Alpinisme gevaarlijk? Maar, nee!”

Ben jij altijd al zo’n durver geweest?


“Volgens mijn ouders had ik altijd al een enorme vrijheidsdrang. Ik haatte het bijvoorbeeld om in een parkje te zitten, ik brak altijd uit. Als ik buiten kon zitten, zat ik buiten. En liefst kroop ik dan nog over het tuinhek, uit op avontuur. Vanaf mijn twaalfde gingen we dan van thuis uit al eens wandelen in de bergen. Maar wanneer we aan de gletsjer kwamen, en het tijd was om terug te keren, wou ik juist verder. Dus schakelden we een gids in voor het hele gezin. Maar dat stootte op een dilemma, wij waren met vijf en dat was dus redelijk prijzig, zeker in die tijd. Maar de drang naar avontuur lokte en zo begon ik zelf te sparen voor een cursus en werd ik de gids.Dat was niet een cursus zoals we die nu kennen. Vroeger waren er nog geen klimmuren, de eerste staat er nog maar twintig jaar. Ik heb leren klimmen door het gewoon te doen; met touwen rond het middel geknoopt de bergen in. En vooral door veel van elkaar te leren.”

Potentieel gevaar en het grote victoriemoment zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, klopt dat?

“Klimmen is niet gevaarlijk, daar is vaak een misvatting over. Je hebt subjectieve gevaren en objectieve gevaren, die laatste kun je perfect inschatten en gaan om zaken als lawinegevaar en de conditie van het sneeuw. Het weer bepaalt enorm je beslissingen. Ik heb meer schrik op weg naar de Alpen dan in de bergen zelf. Een ongeluk in het verkeer is dan ook vele reëler dan eender waar anders. Tuurlijk weet ik wel van klimmers die zijn omgekomen in de bergen, maar ik ken er vele meer die op straat hun laatste adem uitbliezen."

Heb je ooit de dood in de ogen gekeken op één van je vele trektochten?

“Je kunt de meeste ongevallen voorkomen door bepaalde beslissingen te nemen. Ik kan u veel voorbeelden geven van ongelukken, puur omdat de bestaande risico’s werden genegeerd. Het is niet omdat je naar de Himalaya gaat dat je de dood in de ogen kijkt. Je berekent risico’s en probeert ze vervolgens ten alle tijden te vermijden. Ik ben ooit op meer dan 8000 meter hoogte teruggekeerd omdat de situatie gewoon niet veilig genoeg was om verder te gaan. Natuurlijk ga je op zo’n moment liever tot aan de top, maar dan had ik hier nu waarschijnlijk niet gezeten. Diezelfde dag zijn er mensen omgekomen op een van de gelijkaardige trekpaden. Alpinisme heeft iets heroïsch."

Focussen mensen te veel op geluk en ongeluk volgens jou?

“Met geluk heeft het niets te maken. Dat geluk moet je zelf maken. Je moet soms heel zware beslissingen nemen en je mag geen fouten maken. Als je twijfelt moet je terug. “Je hebt er dan die zeggen: ‘Oh, ik kan de Mont Blanc op mijn sloefkes doen’. Ik vind dat iets vreselijk om te zeggen, je moet de bergen zien zoals ze zijn. Een berg is een stuk massief gesteente, dat staat daar. Jij moet die zelf beklimmen sneeuw of geen sneeuw. De bergen geven zich niet gewonnen, als er iets is dat je overwint is het eerder een stukje van jezelf. Ik hou altijd een slokje water en een koekje over voor moest er toch maar iets gebeuren, want dat kan altijd. Zelfs iets banaal als je voet omslaan kan tussen jou en de finish inkomen. Ik zal dan ook telkens pas victorie kraaien eenmaal terug veilig en wel beneden aan de voet.”